Gehaktballen uit de oven

Omdat ik al een half jaar deinde op de naweeën van het hamster-met-eendenbekincident (lees: omwille van de aanslepende gevolgen van een antibioticakuur voor mijn gezondheid en immuunsysteem) besloot ik een maand geleden het AIP paleodieet een kans te geven. AIP staat voor AutoImmuun Protocol. (Google: AIP paleo)

Ik eet al vijf jaar min of meer volgens de principes van het paleodieet en ik voelde dat het nodig was om dit tijdelijk te finetunen om te kunnen herstellen. Ik schrapte de volgende voedingsmiddelen uit mijn dieet: pure chocolade, koffie, alcohol, nachtschades (tomaten, paprika, aubergines, aardappelen, pepers), eieren en noten.

Alles wat ik lekker vind…

Maar wat begon als een zware pelgrimstocht, blijkt hoe langer hoe meer (ook) een boeiend avontuur te zijn: Ik ontdek weer nieuwe ingrediënten, verrassende kruiden, praktische bereidingswijzen, heerlijke smaken en vergeten, oude keukentradities.

Om de moed er een beetje in te houden en ook wel omdat ik graag mijn enthousiasme deel over dit nieuwe experiment, zal ik hier nu en dan een receptje posten. Ik bijt de spits graag af met gehaktballetjes uit de oven: Gemakkelijk, snel klaar en overheerlijk! Hmmmmmmm……!

Gehaktballen uit de oven

AIP gehaktballen

Ingrediënten

  • 1kg kalfsgehakt (glutenvrij)
  • zeste van 1 kleine citroen of limoen, fijngeraspt
  • 3 teentjes look, fijngehakt
  • 1 of 2 lente-uitjes, fijngehakt
  • 2 cm verse gember, fijngehakt
  • peterselie of koriander, fijngehakt
  • zeezout en peper
  • 1 lepel olijfolie

Bereidingswijze

  • Verwarm de oven voor op 180°
  • Leg bakpapier op een bakplaat
  • Meng alle ingrediënten
  • Rol er balletjes van
  • Leg ze op de bakplaat
  • Bak de balletjes gedurende 25 minuten
  • Besprenkel met citroensap en wat extra zeezout
  • Smullen maar!

Tip: Fijn gerechtje om samen met je kinderen te maken of voor het koken in de klas!

Nog een tip: Maak er wat meer en geef/neem ze de dag nadien mee naar het werk/school!

Advertenties

Pompoenschillenchips

Ben jij ook zo zot op pompoensoep? Schil jij ook vol ongeduld de laatste zomerdagen weg, zodat er een dag verschijnt waarop die oranje blozerds je weer toelachen vanop de kruideniersschap? 🙂 Die dagen verschenen al, dus ik neem aan dat jij ook al een pompoensoepje op tafel hebt getoverd?! En dat je dan stiekem ook gevloekt hebt op die koppige schillen?! En dat je die dan – na een verwoede strijd – fier en vergenoegd in de vuilbak hebt gezwierd… STOP!

Ik ga je een geheimpje vertellen… kom gerust wat dichter bij zodat ik het je toefluisteren kan… Met die koppige pompoenschillen kan je héééééééérlijke chips maken! Echt waar!

Stapp(ompo)enplan (terwijl de soep staat te pruttelen)

  1. Verwarm de oven (hetelucht) voor op 200°
  2. Vet een bakplaat in met kokosolie of olijfolie en bedek met bakpapier
  3. Leg de schillen samen met vier of vijf (ongepelde) teentjes look op de bakplaat
  4. Wrijf de schillen en teentjes look in met olijfolie of sesamolie
  5. Strooi er wat zeezout over
  6. Zet de plaat 20 minuten in de oven
  7. Klaar!
  8. Smul!

pompoenschillenchips

Knusse knutsels

Ingrediënten voor een knus knutselpartijtje:

  • Veel (afval-)materiaal
  • Veel tijd
  • Een tafel of een vloer die in een rommelberg veranderen kan/mag/wil
  • Veel fantasie
  • Veel humor
  • Zeven kabouters die nadien diezelfde berg te grazen nemen

P1080508SAMSUNGP1060872P1080503

Jezelf beknutselen behoort ook altijd tot de mogelijkheden trouwens…

112

Die kabouters moet je goed soigneren, want als ze beslissen te staken, dan krijg je dit…

vloerknutsel

 

Boekenwurmen

Gisteren zaten we gezellig met de meisjes samen aan tafel te lezen. Het Letterkind las een boek over een oude opa, het Zonnekind verorberde een verhaal over een geheimzinnig weeshuis en ikzelf keek eens diep in de spiegel 🙂

Laten we een boekenwurmfotoshoot doen! roept het Zonnekind. Om op je blog te posten. Zodat de mensen kunnen zien dat we serieuze mensen zijn.

Se-rieus? Wij? Het Letterkind schatert zich twee tomaten langs haar neus.

Het Zonnekind knikt en friemelt zich in een hyperserieuze én belezen pose. Klik. Klik. Klik. Zie je nu wel?

Het Letterkind gaat de uitdaging (challenge) nu ook aan. Serieus gezicht, blik tussen de letters, ontspannen doch erudiete houding. Klik. Klik. Klik. Perfect!

Nu jij, mam!

Ik neem mijn boek, kneed mijn gezicht, rol met mijn ogen, tracht mijn blik ergens tussen twee letters neer te planten. Doe een nadenkende pose en een Aha!-pose. Misschien toch ook een kleine glimlach? Of een beetje humor? Ja, kijk, dat is beter. Klik nu maar. Klik. Klik. Klik. Schitterend!

😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀 😀

Dichtbijbijou: Aken

Dichtbijbijoux (dichtbij-juwelen) zijn vaak parels voor de zwijnen. Hoewel ik enorm geboeid ben door de streek, het land, het continent waarop ik woon en hoewel ik graag snuister in de Europese geschiedenis, ben ik een écht zwijntje geweest ten opzichte van het zo nabije Aken. Afgelopen weekend stopte ik eindelijk met modderbadderen en knorren en besloot ik samen met een oude vriend de Karolingerstad te gaan bezoeken. De tentoonstelling “Bloed en Tranen” in het Suermondt-Ludwig Museum was ons excuus. Voor een eerste kennismaking kruisten we daarnaast de dom en voorts een gezellig terrasje in het oude stadscentrum aan.

Hoewel ik mezelf atheïst zou durven noemen, ben ik altijd al gefascineerd geweest door christelijke en vooral katholieke kunst en cultuur. Het dramatische ervan, het overweldigende, het altijd aanwezig zijn van angst en schuld maar tegelijk toch ook de nooit aflatende hoop op verlossing, de tegenstellingen (god/duivel, engelen/monsters, hemel/hel), de grootheidswaan, de versmelting van profane en geestelijke elementen, het uiterlijk vertoon, het schijnheilige, de passie, de overgave. Heerlijk om je heel even daarin te kunnen wentelen.

bouts_600

De expo “Bloed en Tranen” toont de originele iconen en een hele resem kopieën en reproducties van Schmerzensmann (och, heerlijk woord!), de diepbedroefde Maria en het hoofd van Johannes de doper op een schaal uit het atelier van Albrecht Bouts. Dezelfde devote maar vaak ook gruwelijke aangezichten blijven je doorheen de expo achtervolgen. Hier was een markt voor, de mensen wilden zich wentelen in het verdriet, de passie, het martelaarschap van hun verlosser. Dit was geen kunst maar bandwerk avant la lettre. De werkplaats van Bouts lijkt wel de Ikea van de 16de eeuw. Originaliteit is overroepen.

Ook de vaste collectie van het museum kon mij bekoren ondanks of misschien juist omwille van de eerder banale werken (houten, veelal polychrome sculpturen van vooral heiligen en bijbelse figuren) en de imperfectie op de doeken en panelen van minder bekende kunstenaars. Virtuositeit is overroepen.

aken dom

De hitte overvalt ons bij het verlaten van het koele museum. We doorkruisen de stad en drinken een koffie op een terras tussen kinderkopjes. Straatmuzikanten, Spargel (asperges!), aardbeien en kleuters met windmolentjes op een stokje passeren de revue voor we de zware portieken van de dom openduwen en daarbij op het nippertje ontsnappen aan de bezwerende schaduw die de kathedraal over ons werpt als een vlindernet, een lasso, een branddeken. Onmiddellijk worden we door het schitterende lijf van de dom in de armen gesloten terwijl ze haar schatten aan onze voeten gooit: de gouden koningskroonluchter, de koepel, de glas-in-loodramen die haast een staaltje van moderne kunst lijken, de overweldigende architectuur, het marmer tegen de muren: dit is geen plaats voor vrome devotie, dit is een pelgrimsoord voor een grootse christenkoning, een Europese keizer. De esprit van Charlemagne is hier aanwezig in elk mozaïeksteentje, in ieder greintje goud. Soberheid is overroepen.

DSC01994

Op de terugweg, doorheen het groene, sappige landschap van de Euregio Maas-Rijn, bedenk ik dat we deze zomer niet met vakantie gaan en dat we zodoende tijd zullen hebben om misschien ook met de kinderen van enkele lokale pareltjes te smullen. Modderbaden zijn overroepen. (Tips dan weer welkom!)

Over een hamster met een eendenbek

Een half jaar geleden had ik voor het eerst een allergische reactie op penicilline. Mijn lippen tintelden en zwollen op, ik had overal jeuk en een drukkend gevoel op mijn borst. Ik werd toen opgenomen op de spoed. Men behandelde mij met een shot cortisone en daarmee was eigenlijk alles in een mum van tijd opgelost. De volgende dag kwispelde ik de laatste restjes rebellie uit mijn lijf en voor ik het wist stond ik alweer vrolijk te multitasken.

Tot daar het verhaaltje met een happy end.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Drie weken geleden sijpelde er stilletjes een ontsteking aan mijn sinussen binnen. Eentje van het hardnekkige soort. Mijn hoofd zoemde als een kolkende zee, er plakte een dikke vuist in mijn rechteroogkas en mijn lichaamstemperatuur steeg elke dag een half graadje.

In zo’n geval heb je twee opties: 1) Je neemt een dikke stift en doorstreept je agenda voor de komende drie weken. Je ontspant, stopt met het eten van die heerlijke, oude kaas, je dampt drie keer per dag met tea tree en je ontspant nog een beetje meer tot al het vieze slijm uit je hoofd verdwenen is.

Moet ik nog neerpennen dat deze optie compleet onhaalbaar was? Dat mijn agenda tegenstribbelde, dat er centen verdiend en verantwoordelijkheden opgenomen moesten worden? Dat dus.

Optie 2 dan maar: Je gaat naar de huisarts. Ik vertelde hem van de allergische reactie op penicilline. Hij bekeek me wantrouwig, haalde zijn schouders op en toverde uit zijn hoed een preparaat van cortisone, efedrine en penicillinevrije antibiotica. That would do the trick. Dacht hij zelfvoldaan.

pleiter

Twee pilletjes per dag. Eentje ‘s morgens en eentje rond 16h. Want het was een peppige cocktail. De huistovenaar had gelijk: het middeltje werkte, mijn sinusitis verdween en voor ik het wist moest ik nog maar vier pilletjes slikken, ik was er weer bijna vanaf.

Maar toen, ineens, op twee dagen voor de meet, voelde ik precies toch weer iets tintelen. Op en rond mijn lippen, op mijn tong en in mijn keel. De dag erna stond ik op en keek een vreemde hamster met een eendenbek mij aan in de spiegel. Ik belde de huistovenaar. Hij zei dat het wellicht gewoon vochtophoping ten gevolge van de cortisone was. Ik zei dat ik wilde langskomen. De tovenaar zuchtte. Als het écht nodig was kon ik komen. Het was écht nodig. Niemand verandert graag in een hamster met een eendenbek. De huistovenaar vond het allemaal nogal meevallen, stuurde me wandelen. Dat het wel over zou waaien. En dat ik zijn tovermiddeltje écht uitnemen moest.

Die nacht droomde ik tussen de weeën van buikkrampen, oprispingen en krabaanvallen van ontploffende hamsters en kwekkende eendentroepen die over me heen zoefden.

‘s Morgens besloot mijn man om mij naar de spoed te brengen. Ik werd aan een baxter met anti-allergisch spul gehangen en ik kreeg een cortisone shot. Ik hoopte dat ook dit keer hiermee alles snel opgelost en vergeten zou zijn. Die avond echter voelde ik mij belabberder dan ooit. Overal op mijn lijf popte er jeukblaasjes omhoog – zoals paddenstoelen in het bos – die versmolten tot wolkige, roze kwaddels als je eraan krabde. Mijn hoofd was een vuurbol, mijn hart sloeg zichzelf een ongeluk en doorheen mijn bloed raceten de rebellentroepen alsof hun leven er vanaf hing.

big eyes

‘s Morgens bracht mijn man mij terug naar de spoed. Hetzelfde scenario ontrafelde zich aldaar: baxter met anti-allergisch spul en cortisone shot. Ik weet niet waarom ik dacht dat men überhaupt de moeite zou doen om iets anders te proberen. Ik weet niet waarom ik niet protesteerde toen men hetzelfde doemscenario voorstelde. Omdat het zo druk was op de spoed werd ik met baxter in mijn arm en injectie in mijn aderen in een relax(!)-stoel in de wachtkamer gezet. Het anti-allergisch spul maakte mijn gedachten loom en zwaar. De cortisone was als een tikkende tijdbom, ergens verstopt in een kamer in mijn hart. Witte soldaten & rode rebellen, marcheerden op en af, kriskrasten door elkaar, botsten nèt niet, keken steeds nerveuzer in elk hoekje, onder het bed, in valse bodems. De tijd drong. Mensen lagen te kreunen. Krulden zich op in foetushouding. Zuchtten net als ik in de rij van relaxzetels.

Soms komt er een witjas binnen. Dan een fluobroek. Dan een witbroek met bijpassende jas. Kleurencodes denk ik. Onzichtbare hiërarchieën. Mijn moeder zit ondertussen naast me. Afwisseling van de wacht. Ze trekt aan mijn mouw: De blauwjas is er. De spoedtovenaar. Het is nog een jonkie. Moet nog veel leren. Dat vind ik niet erg. Twijfelen is toegestaan.

Atypisch. Zegt hij. Ik knik, hij ook. Wellicht kruisallergie. En – hij kijkt om zich heen of er niemand mee luistert – misschien, heel misschien ook een lichte reactie op de cortisone. Wellicht niet. Maar het zou kunnen. Ik knik, hij ook. Een voorschriftje. Tien dagen medrol. Dat zal de netelroos onderdrukken. Slaappilletje. Indien nodig. Wellicht niet. Maagpilletje. Indien nodig. Misschien.

Ik knik, geef hem een flauw handje, het knettert in mijn lijf en in mijn hoofd. Mijn voeten doen pijn. Men ontslaat mij. Mijn moeder brengt mij naar huis. Vraagt of ze bij de apotheek moet stoppen. Verslagen schud ik mijn hoofd. Neen. Ik ga niks meer pakken. Ik heb genoeg vergif gehad.

ziek

Dat was precies een week geleden. Sindsdien heb ik alles uitgezweet, uitgekotst, uitgescheten, uitgebraakt, uitgekrabd, uitgejankt. Ik heb nog vijf dagen netelroos gehad over heel mijn lijf. Ik heb nog twee dagen olifantenvoeten gehad waardoor ik amper stappen kon. Ik heb nog drie dagen galbulten op mijn hoofd gehad. Ik heb nog zes dagen niet – niet! – kunnen slapen (wegens marcherende rebellen, race-auto’s in mijn bloed en dreigend getik uit één of andere kamer). Ik heb nog steeds jeuk – tussen mijn huid en mijn botten. Ik heb nog steeds gloeiende voeten en handen. Mijn lichaamstemperatuur schiet nog steeds alle kanten uit.

Tussen het luisteren naar het knisperen van mijn huid en het opborrelen van kookbellen in mijn bloed, stroomden dozijnen vragen door mijn lijf. Is dit waar onze geneeskunde voor staat? Het zo snel mogelijk onderdrukken van symptomen ten koste van welke prijs dan ook? Met het oog op het zogezegde comfort van de patiënt maar in werkelijkheid ten dienste van de portemonnee van de Farmamaffia. Is men überhaupt geïnteresseerd in het zoeken naar oorzaken? Mag er nog tijd zijn om te herstellen? Moeten we niet terug meer naar ons lijf luisteren? Ons lijf de kans geven om zich te weren? Om zichzelf te genezen? Dient men je als patiënt niet te vertellen wat de mogelijke bijwerkingen van een medicament zijn? Of zijn dat heilige huisjes waar je in een grote bocht omheen wandelen moet? (“Reactie op cortisone? Dat denk ik toch niet. Dat heb ik nog nooit gehoord. Slapeloosheid door cortisone? Na een week? Dat kan beslist niet…”)

Ik heb besloten om mijn gezondheid weer terug in eigen handen te nemen. Dat betekent voor mij: meer rust, geen kaas meer (ik heb sterk het gevoel dat ik daarvan sinusitis krijg), beter slapen, mij terug strikter houden aan mijn initiële foodplan (+ zoeken naar een manier om selectief doof te worden voor de zeurende criticasters: “Feest zonder taart of wat? Eén klein pateeke kan geen kwaad. De cake is zelf gemaakt hoor. Brood is gezond. Alles met mate. Je hebt ook vezels nodig. Geef die kinderen toch een snoepje. En een ijsje. Eén ijsje kan geen kwaad…”)

Geloof jij nog in onze geneeskunde? Wat zijn jouw ervaringen?